Overgewicht en hoefproblemen bij paarden
Waarom een gezond lichaamsgewicht essentieel is voor gezonde hoeven
Overgewicht bij paarden is geen cosmetisch probleem, maar een belangrijke risicofactor voor hoefgezondheid. De hoef vormt de basis van het bewegingsapparaat en staat voortdurend onder invloed van zowel mechanische belasting als interne stofwisselingsprocessen. Een te hoog lichaamsgewicht verstoort beide. Hieronder wordt stap voor stap uitgelegd hoe overgewicht samenhangt met hoefproblemen, welke aandoeningen daarbij kunnen ontstaan en wat de mogelijke gevolgen zijn.
1. Mechanische overbelasting van de hoefstructuren
Elke hoef is ontworpen om het lichaamsgewicht van het paard op een elastische en veerkrachtige manier te dragen. Bij overgewicht neemt de belasting per stap toe. Dat heeft directe gevolgen voor de structuren in en rond de hoef.
De hoefwand, de lamellen, het hoefbeen en de onderliggende gewrichten worden continu zwaarder belast. Vooral bij paarden die niet optimaal beslagen of bekapt zijn, of die een minder gunstige beenstand hebben, kan dit leiden tot vervorming van de hoefcapsule. Veelgeziene gevolgen zijn verbreding van de witte lijn, afplatting van de zool, ondergeschoven verzenen en een verminderde schokabsorptie. Deze veranderingen maken de hoef kwetsbaarder voor verdere schade en infecties.
2. Overgewicht en verstoring van de stofwisseling
Naast mechanische belasting speelt stofwisseling een centrale rol. Overgewicht gaat vaak samen met insulineresistentie en een verstoorde suiker- en vetstofwisseling. Ook bij paarden die nog geen duidelijke diagnose hebben, kan vetweefsel al actief ontstekingsbevorderende stoffen produceren.
Deze stoffen beïnvloeden de doorbloeding en de stabiliteit van de lamellen in de hoef. De lamellen zijn verantwoordelijk voor de stevige verbinding tussen hoefwand en hoefbeen. Wanneer deze verbinding verzwakt raakt, neemt het risico op hoefbevangenheid aanzienlijk toe, ook zonder dat er sprake is van een acute overbelasting door suikers alleen.
3. Hoefbevangenheid als centraal risico
Hoefbevangenheid is het meest bekende en meest ingrijpende hoefprobleem dat sterk samenhangt met overgewicht. Bij te zware paarden is de kans groter dat een verstoring in de stofwisseling leidt tot ontsteking en beschadiging van de lamellen.
De gevolgen kunnen ernstig zijn. In milde gevallen ontstaat tijdelijke gevoeligheid en een afwijkend looppatroon. In ernstigere situaties kan het hoefbeen kantelen of zelfs zakken binnen de hoefcapsule. Dit veroorzaakt blijvende schade aan de hoefstructuur, chronische pijn en een langdurig revalidatietraject. Bij sommige paarden blijft de hoef levenslang kwetsbaar, zelfs als het gewicht later wel onder controle komt.
4. Invloed op hoornkwaliteit en hoefgroei
Overgewicht en een bijbehorende metabole disbalans beïnvloeden ook de kwaliteit van het hoorn. De doorbloeding van de kroonrand en het hoeflederhuidweefsel kan verminderen, waardoor de hoef trager of ongelijkmatiger groeit. Het hoorn kan zachter of juist brokkelig worden en gevoeliger zijn voor scheuren en infecties.
Een verbrede witte lijn, die vaak wordt gezien bij zwaardere paarden, vormt een ideale ingang voor bacteriën en schimmels. Hierdoor neemt de kans op white line disease toe. Dit is niet alleen een lokaal hoefprobleem, maar kan de draagkracht van de hoefwand verder aantasten en het risico op kreupelheid vergroten.
5. Veranderingen in beweging en belasting
Paarden met overgewicht bewegen vaak anders. Ze zijn minder geneigd tot actief, ruim bewegen en vermijden soms ondergronden die meer inspanning vragen. Dit leidt tot een eenzijdiger belasting van de hoeven en minder natuurlijke slijtage en doorbloeding.
Een verminderde doorbloeding betekent dat afvalstoffen minder goed worden afgevoerd en voedingsstoffen minder efficiënt worden aangevoerd. De hoef verliest daarmee een deel van zijn zelfherstellend vermogen. Op de lange termijn kan dit bijdragen aan chronische hoefproblemen, zelfs zonder duidelijke acute aandoening.
6. Secundaire gevolgen voor bekapping en beslag
Een te zwaar paard stelt hogere eisen aan bekapping en beslag. Kleine correcties hebben vaak minder effect, omdat het extra gewicht structurele problemen in stand houdt. Hoefsmid en dierenarts kunnen symptomen ondersteunen, maar zolang de onderliggende oorzaak, het overgewicht, niet wordt aangepakt, blijft de hoef kwetsbaar.
In de praktijk betekent dit dat paarden met overgewicht vaker correctie nodig hebben, sneller terugvallen in oude hoefvormen en gevoeliger zijn voor overbelasting tussen bekapbeurten door.
7. Lange termijn: van hoefprobleem naar welzijnsprobleem
Chronische hoefproblemen beïnvloeden het hele paard. Pijn of ongemak in de hoeven leidt tot minder beweging, wat het overgewicht verder in stand houdt. Zo ontstaat een vicieuze cirkel waarin hoefgezondheid, stofwisseling en bewegingsgedrag elkaar negatief versterken.
Uiteindelijk raakt niet alleen de hoef aangetast, maar ook het totale welzijn van het paard. Beweging, sociaal gedrag en inzetbaarheid komen onder druk te staan.
Een gezond lichaamsgewicht is een cruciale randvoorwaarde voor gezonde hoeven. Overgewicht verhoogt de mechanische belasting, verstoort de stofwisseling, vergroot het risico op hoefbevangenheid en tast de kwaliteit en belastbaarheid van de hoef aan. Het belang van gewichtsmanagement gaat daarom verder dan preventie van algemene gezondheidsproblemen; het is een fundamenteel onderdeel van hoefzorg en duurzaam paardenwelzijn.
Gewicht en hoefgezondheid samen monitoren in de dagelijkse praktijk
Deze checklist is bedoeld als praktisch hulpmiddel voor paardeneigenaren die hoefproblemen willen voorkomen of beter willen begrijpen. Je hoeft geen expert te zijn om hiermee te werken. Het gaat niet om perfecte scores, maar om bewust kijken, voelen en volgen in de tijd. Juist kleine veranderingen geven vaak waardevolle informatie.
Gebruik de checklist bijvoorbeeld eens per maand, of vaker wanneer je paard gevoelig is voor overgewicht of hoefproblemen.
1. Lichaamsconditie: kijken én voelen
Loop je paard rustig na en neem de tijd om echt te voelen.
Kun je de ribben gemakkelijk voelen zonder hard te drukken?
Voelt de manenkam zacht en soepel, of stevig en moeilijk verplaatsbaar?
Zit er duidelijk vet achter de schouder of bij de elleboog?
Voelt het gebied rond de staartaanzet vol of sponsachtig aan?
Is de buik rond door vulling of door echte spierontwikkeling?
Twijfel is hier al een signaal. Als je niet zeker weet of iets vet of spier is, is het vaak vet.
2. Gewicht in context plaatsen
Sta stil bij het totaalbeeld, niet bij één moment.
Is het gewicht de afgelopen maanden langzaam toegenomen?
Wordt het paard in de winter niet echt slanker?
Past de hoeveelheid werk die het paard doet bij zijn lichaamsconditie?
Is dit paard een sober type dat snel aankomt?
Paarden vallen zelden “vanzelf” af. Stabiliteit of lichte toename is vaak al een aanwijzing dat bijsturen nodig is.
3. Hoefvorm: subtiele signalen herkennen
Bekijk de hoeven zonder direct te oordelen.
Is de witte lijn breder dan enkele maanden geleden?
Lijkt de zool platter of gevoeliger?
Schuiven de verzenen langzaam naar voren?
Verandert de hoefvorm snel tussen bekapbeurten?
Zie je duidelijke groeiringen die samenhangen met seizoenen of rantsoenwisselingen?
Dit zijn geen cosmetische details, maar tekenen van veranderde belasting.
4. Hoornkwaliteit en weerstand
Let op hoe de hoef zich gedraagt in het dagelijks gebruik.
Brokkelt de wand sneller af dan voorheen?
Ontstaan er scheurtjes of losse stukken in de witte lijn?
Ruikt of verkleurt de witte lijn sneller?
Groeit de hoef ongelijkmatig?
Een verminderde hoornkwaliteit wijst vaak op interne belasting, niet alleen op externe omstandigheden.
5. Beweging en comfort
Observeer je paard in vrije beweging, zonder trainingseis.
Beweegt het paard graag en vanzelf, of vooral functioneel?
Zijn de passen korter of voorzichtiger geworden?
Vermijdt het paard harde of ongelijkmatige ondergrond?
Is er verschil tussen links en rechts zonder duidelijke blessure?
Veranderingen in beweging zijn vaak eerder zichtbaar dan echte kreupelheid.
6. Gedrag rondom voer en rust
Gedrag geeft belangrijke aanvullende informatie.
Is het paard sterk gefixeerd op voer?
Ontstaat er onrust bij voermomenten of weidegang?
Lijkt het paard snel vermoeid of juist loom?
Wordt veel stilgestaan in plaats van bewogen?
Hongerig gedrag betekent niet automatisch dat het paard te weinig krijgt, maar wel dat het management aandacht vraagt.
7. Samenhang herkennen
Stel jezelf regelmatig deze vragen:
Zie ik veranderingen in gewicht én hoefvorm tegelijk?
Blijft een hoefprobleem terugkomen ondanks goede bekapping?
Lijkt het probleem groter in bepaalde seizoenen?
Wordt minder bewegen gevolgd door meer hoefgevoeligheid?
Als meerdere signalen samen optreden, is dat vrijwel altijd betekenisvol.
8. Wanneer extra actie nodig is
Overweeg actief bijsturen of overleg wanneer:
Het gewicht langzaam maar structureel toeneemt
De manenkam verhardt
De witte lijn zichtbaar breder wordt
De hoef sneller uit vorm raakt
Beweging of comfort subtiel afneemt
Wacht niet tot er pijn of kreupelheid ontstaat. Vroeg ingrijpen vraagt kleine aanpassingen, laat ingrijpen grote.
De 3 belangrijkste stappen om je paard verantwoord gewicht te laten verliezen
Afvallen bij paarden vraagt geen snelle oplossingen, maar consequente, doordachte stappen. Het doel is niet een “slank uiterlijk”, maar een paard dat zijn lichaam en hoeven weer comfortabel kan dragen. Hieronder staan drie stappen die in de praktijk het meeste effect hebben, mits ze samen worden toegepast.
Stap 1. Grip krijgen op ruwvoer, zonder honger te creëren
Ruwvoer is altijd het vertrekpunt. Niet omdat paarden “te veel eten”, maar omdat de hoeveelheid, het type en de manier van aanbieden bepalend zijn voor gewicht, stofwisseling en hoefgezondheid.
Verantwoord gewichtsverlies begint met weten wat je voert. Dat betekent niet per se drastisch minderen, maar wel bewust sturen. Veel paarden krijgen ongemerkt meer energie binnen dan nodig is, zeker bij rijk hooi of onbeperkt weiden. Door ruwvoer af te wegen en te richten op een passende hoeveelheid voor het streefgewicht, ontstaat rust en voorspelbaarheid.
Minstens zo belangrijk is hoe het voer wordt aangeboden. Door het gebruik van slowfeeders of het verdelen van hooi over meerdere voerplekken blijft het paard langer bezig, zonder grote pieken in suikeropname of lange periodes zonder voer. Dit helpt niet alleen bij afvallen, maar ondersteunt ook de stofwisseling en vermindert stress, wat weer gunstig is voor de hoefgezondheid.
Een paard dat verantwoord afvalt, mag zich niet constant uitgehongerd voelen. Honger leidt tot stress, slechtere doorbloeding en meer risico op hoefproblemen. Het gaat dus om sturen, niet om onthouden.
Stap 2. Dagelijkse, rustige beweging als vaste basis
Beweging is essentieel, maar alleen als die past bij het paard en het stadium waarin het zich bevindt. Voor gewichtsverlies en hoefgezondheid werkt frequente, rustige beweging beter dan incidentele intensieve training.
Dagelijks stappen, bij voorkeur op wisselende ondergronden en in een gelijkmatig tempo, stimuleert de doorbloeding van de hoeven en ondersteunt vetverbranding zonder overbelasting. Dit kan onder het zadel, aan de hand of in vrije beweging, zolang het paard actief en ontspannen beweegt.
Voor paarden met (gevoelige) hoeven geldt dat consistentie belangrijker is dan duur. Liever elke dag twintig tot dertig minuten rustige beweging dan één lange, zware training per week. Beweging helpt bovendien om insulinegevoeligheid te verbeteren, wat een directe positieve invloed heeft op de lamellen en de stabiliteit van de hoef.
Afvallen zonder beweging is mogelijk, maar vergroot de kans op spierverlies en maakt het moeilijker om hoefgezondheid duurzaam te verbeteren.
Stap 3. Gewicht volgen en durven bijsturen
Een van de grootste valkuilen is denken dat je het “wel ziet”. Verantwoord gewichtsverlies vraagt om regelmatig controleren en kleine aanpassingen.
Maak er een gewoonte van om maandelijks te voelen op vaste plekken: ribben, manenkam, schouders en staartaanzet. Let daarbij niet alleen op volume, maar vooral op verandering. Wordt de manenkam soepeler? Worden de ribben iets beter voelbaar zonder scherp te worden? Dat zijn positieve signalen.
Combineer dit met observatie van de hoeven. Verbetert de hoefvorm? Blijft de witte lijn stabieler? Groeit het hoorn gelijkmatiger? Dat zijn vaak de eerste tekenen dat het lichaam de lagere belasting aankan.
Durf bij te sturen als er niets verandert. Afvallen gaat langzaam bij paarden, maar als er na acht tot tien weken geen enkel verschil merkbaar is, is het management waarschijnlijk nog te ruim. Kleine aanpassingen zijn dan effectiever en veiliger dan grote, abrupte veranderingen.
Verantwoord gewichtsverlies bij paarden is geen streng regime, maar een combinatie van duidelijkheid, beweging en aandacht. Door ruwvoer bewust te managen, dagelijkse beweging als basis te nemen en veranderingen consequent te volgen, geef je het lichaam én de hoeven weer ruimte om sterker en veerkrachtiger te worden.
Juist voor hoefgezondheid is dit van grote waarde. Minder gewicht betekent minder mechanische belasting, een stabielere stofwisseling en meer herstelvermogen in de hoef. Dat maakt deze drie stappen niet alleen effectief, maar ook duurzaam.
De basis: veilig afvallen met 3 basisprincipes
Ruwvoer, beweging, monitoren blijven de kern, maar de accenten verschillen per type paard. Belangrijk uitgangspunt: je stuurt op streefgewicht, niet op het huidige gewicht, anders blijft de energie-inname te hoog.
Voor de meeste paarden werkt dit als startpunt:
Dagelijkse hoeveelheid hooi (droge stof) = 1,5% van het streefgewicht
in kg droge stof (DS) per dag
Omdat hooi in de praktijk niet 100% droog is, kun je dit omrekenen naar “zoals gevoerd” (wat je echt in de hooinetten doet):
Hooi (zoals gevoerd) = (0,015 × streefgewicht in kg) ÷ (DS-fractie van het hooi)
Als je de DS niet weet, kun je grofweg rekenen met:
hooi: DS-fractie 0,85 (85% droge stof)
voordroog/kuil: DS-fractie 0,60 tot 0,70 (sterk variabel)
Voorbeeld
Streefgewicht 500 kg, hooi met DS 0,85:
0,015 × 500 = 7,5 kg DS
7,5 ÷ 0,85 = 8,8 kg hooi per dag (zoals gevoerd)
Marges voor de hoeveelheden ruwvoer
Start bij 1,5% van streefgewicht (DS) voor afvallen bij de meeste paarden.
Ga niet onder 1,25% (DS) zonder begeleiding oor dierenarts of voedingsdeskundige, zeker niet bij sobere rassen of bij (risico op) maagzweren/stress.
Als je paard niet afvalt na 6 tot 8 weken, stuur je bij met kleine stapjes (bijv. 5 tot 10% minder ruwvoer), of je verhoogt de beweging, of allebei.
Tips voor sobere rassen en pony’s (bijvoorbeeld Fjord, Haflinger, Welsh, Shetlanders en Tinkers)
Waarom dit type anders is: ze zijn efficiënt, vaak insulinegevoeliger, en vallen langzaam af. Kleine overschotten tellen.
Ruwvoer-aanpak
Start op 1,5% DS van streefgewicht.
Kies bij voorkeur hooi met lagere suiker/fructaan (idealiter laten analyseren).
Verdeel over de dag met slowfeeders en meerdere voerplekken.
Weidegang: vaak de grootste “onzichtbare” caloriebron. Overweeg:
graasmasker (goed passend, dagelijkse check),
beperkte weidetijd (bijv. vroege ochtend kan wisselend zijn; het belangrijkste is: consequent en monitoren),
paddock/track met gecontroleerd ruwvoer.
Beweging
Dagelijks veel stappen werkt uitstekend: 30 tot 60 min verdeeld mag ook.
Bouw draf/werk pas op als hoeven en conditie het toelaten.
Waar je extra op let (hoef/risico)
Manenkam die hard wordt of niet meer “meebuigt”.
Terugkerende brede witte lijn, gevoelig lopen bij draaien of op harde grond.
Sobere paardenrassen zijn oververtegenwoordigd bij metabole hoefbevangenheid, dus: liever traag en stabiel dan snel en veel afvallen.
Tips voor recreatiepaarden “net te rond” (veel warmbloeden en kruisingen in licht werk)
Waarom dit type anders is: vaak is het probleem vooral: te veel ruwvoer plus te weinig dagelijkse beweging.
Ruwvoer-aanpak
Start op 1,5% DS streefgewicht.
Weidegang: maak het meetbaar (tijd, maskergebruik, alternatief ruwvoer).
Snelle winst zit vaak in:
krachtvoer schrappen of minimaliseren,
hooi afwegen,
voerplekken verdelen zodat het paard loopt.
Beweging
Richt op 5 tot 6 dagen per week iets doen.
De “basisblok” voor afvallen: 30 tot 45 min actief stappen, plus geleidelijk wat draf.
Een track of paddock-systeem kan hier enorm helpen.
Waar je extra op let
Hoefvorm die snel “wegloopt” tussen bekappen.
Minder zin in bewegen, korte passen, vaker struikelen. Dit kan een vroeg signaal zijn dat gewicht en hoeven elkaar beïnvloeden.
Tips voor Sportpaarden (warmbloeden in training)
Waarom dit type anders is: energiebehoefte kan hoog zijn, en “afvallen” mag niet ten koste gaan van spiermassa, herstel en pezen.
Ruwvoer-aanpak
Begin meestal ook bij 1,5%s DS streefgewicht, maar vaak is de oplossing:
ruwvoer niet te laag, wél slim: kwaliteit passend, suiker niet te hoog,
krachtvoer kritisch: liever eiwitkwaliteit en vezels dan “snelle energie”.
Sportpaarden die te dik zijn, krijgen vaak te veel energie “voor de zekerheid”.
Beweging
Meer training helpt, maar let op overbelasting: liever meer laag-intensief werk (stappen, lange lijnen, duur) dan alleen intensieve sessies.
Waar je extra op let
Schommelen in conditie door wedstrijdstress/voerwissels.
Spierverlies terwijl het gewicht nauwelijks zakt: dan gaat de energie-inname nog steeds vooral naar vetopbouw, of de verhouding eiwit/werk is niet in balans.
Tips voor oudere paarden (met of zonder PPID, vaak minder spieren)
Waarom dit type anders is: oudere paarden verliezen sneller spieren, terwijl vet soms juist blijft. Ook kunnen slechte tanden, PPID of artrose meespelen.
Ruwvoer-aanpak
Start voorzichtig: 1,5% DS streefgewicht, maar bewaak comfort en eetbaarheid.
Bij PPID: medicatie en management zijn leidend, en suikerbeperking is vaak belangrijk.
Als kauwen lastig is: kies veilige alternatieven die passen bij afvallen (bijv. vezelrijke ruwvoerproducten met laag suiker, in overleg).
Beweging
Dagelijks rustig bewegen is top, maar kortere blokken en zachte opbouw.
Doel: soepel houden en insulinegevoeligheid ondersteunen, niet “trainen om te trainen”.
Waar je extra op let
Spierverlies langs de bovenlijn terwijl buik/vet blijft: dat is een signaal om niet alleen te “minderen”, maar ook voeding en gezondheid te checken (PPID, pijn).
Tips voor paarden met (risico op) hoefbevangenheid of EMS
Waarom dit type anders is: hier staat hoefveiligheid boven alles. Afvallen moet extra gecontroleerd.
Ruwvoer-aanpak
Start: 1,5% DS streefgewicht, soms iets hoger als stress/maagrisico speelt, en focus op:
laag suiker/zetmeel,
geen “rijke” bijvoeding,
weidegang strak managen (masker of beperkt).
Verdeel ruwvoer zo dat er geen lange nuchtere periodes ontstaan.
Beweging
Alleen als het hoefcomfort het toelaat. Bij twijfel: eerst stabiliseren, dan opbouwen.
Rustig stappen is vaak het meest veilig.
Waar je extra op let
Warmere hoeven, digitale pols, gevoeligheid op draaien, “kort” lopen.
Bij deze signalen is het geen discussie meer: dan moet het management direct aangepast en professioneel begeleid worden.
Een simpele rekenhulp die je kunt gebruiken
Bepaal streefgewicht (schatting, weeglint of idealiter weegbrug).
Bereken ruwvoer op basis van streefgewicht:
Start: 0,015 × streefgewicht (kg) = kg DS per dag
Reken om naar kilo hooi dat je voert:
kg hooi (as fed) = kg DS ÷ 0,85
Voorbeeld hoeveelheden:
streef 400 kg → 0,015×400=6,0 DS → 6,0/0,85 = 7,1 kg hooi/dag
streef 500 kg → 7,5 DS → 8,8 kg hooi/dag
streef 600 kg → 9,0 DS → 10,6 kg hooi/dag
Maak het “verantwoord” in plaats van “streng”
Drie praktische regels die bijna altijd werken:
Afwegen (geen “hooiplakken op het oog”).
Vertragen (slowfeeders, meerdere voerplekken).
Volgen (1x per maand ribben/manenkam/staartaanzet + foto’s zelfde plek/licht).
Tot slot
Verantwoord afvallen is geen snelle ingreep, maar een proces. Door te rekenen met streefgewicht, ruwvoer bewust te managen en het paard dagelijks passend te laten bewegen, ontstaat ruimte voor herstel. Minder gewicht betekent minder belasting, een stabielere stofwisseling en sterkere hoeven.
Wie gewicht serieus neemt, investeert direct in hoefgezondheid.

