“Als ik jou was…”

Over verschillende visies, overtuigende waarheden en je weg vinden in het oerwoud van hoefzorg

"Je moet je als eigenaar goed informeren."

Het is een advies dat ik zelf ook regelmatig geef. Maar hoe langer ik in de hoefzorg werk, hoe meer ik me realiseer dat we daarmee een behoorlijk ingewikkelde opdracht bij de paardeneigenaar neerleggen. Want stel dat je paard niet lekker loopt. De ene hoefprofessional zegt dat de hielen meer ondersteuning nodig hebben. Een ander vindt juist dat ze lager moeten. De dierenarts ziet iets op een röntgenfoto dat volgens hem relevant is. In een Facebookgroep lees je dat die aanpak inmiddels achterhaald is. En iemand op stal kent een professional die "dit soort paarden altijd goed krijgt".

Wie moet je dan geloven?

Je kunt natuurlijk meer gaan lezen. Een cursus volgen. Anatomie leren. Dat kan enorm waardevol zijn en helpt om betere vragen te stellen. Maar uiteindelijk zul je als eigenaar meestal nooit dezelfde hoeveelheid hoeven zien, voelen, bekappen en over langere tijd volgen als iemand die daar dagelijks mee werkt. Het kan ook niet de bedoeling zijn dat iedere paardeneigenaar eerst zelf hoefprofessional moet worden om goede zorg voor zijn paard te kunnen organiseren. Misschien moeten we eigenaren daarom niet alleen vertellen dat ze zich beter moeten informeren.

Misschien moeten we ze vooral helpen om te beoordelen aan wie ze hun vertrouwen geven.

Waarom kunnen professionals zo verschillend naar dezelfde hoef kijken?

Hoefzorg is geen vak waarin we alles met zekerheid weten. Anatomie en fysiologie geven ons een belangrijke basis. Er is wetenschappelijk onderzoek naar biomechanica, hoefpathologie en behandelingen. Daarnaast is er een enorme hoeveelheid praktijkervaring. Maar die drie sluiten niet altijd naadloos op elkaar aan.

Verschillende professionals kunnen bovendien andere aspecten van dezelfde hoef belangrijk vinden. De één kijkt sterk naar de hoefcapsule, de ander naar interne structuren en verhoudingen. De één legt veel nadruk op belasting en breakover, een ander op de achterste hoefhelft of op wat een paard op dat moment comfortabel lijkt te vinden. Dat betekent niet automatisch dat één van hen niets van hoeven begrijpt.

Sterker nog: verschillende observaties kunnen tegelijkertijd waar zijn.

Een lange teen kan onderdeel zijn van een vervormde hoefcapsule én mechanisch invloed hebben op de hoef. Een hoge hiel kan een aanpassing zijn aan wat er elders in de hoef gebeurt én op zichzelf invloed hebben op belasting en beweging. Een paard kan na een bekapping gevoelig worden én er kan tegelijkertijd een probleem aanwezig zijn dat al vóór die bekapping in ontwikkeling was. Biologie laat zich nu eenmaal niet altijd terugbrengen tot één oorzaak en één gevolg.

Een goed idee is nog geen universele waarheid

Nieuwe methoden ontstaan vaak vanuit een heel zinnige observatie. Iemand ziet bijvoorbeeld steeds een bepaald patroon bij paarden die met een bestaande aanpak onvoldoende verbeteren. Er wordt iets anders geprobeerd en de resultaten zijn opvallend goed. Na tientallen of misschien honderden paarden ontstaat veel praktijkervaring met die aanpak. Dat is waardevolle kennis. Maar er schuilt ook een risico in. Een methode die heel goed werkt bij een bepaalde groep paarden, onder bepaalde omstandigheden, is nog niet automatisch een blauwdruk voor ieder paard. Iedere professional ziet bovendien een enigszins geselecteerde groep paarden. Een specialist in revalidatie krijgt andere hoeven voor zich dan iemand die voornamelijk sportpaarden beslaat. Een barefoot-specialist trekt andere eigenaren en paarden aan dan een hoefsmid die veel orthopedisch beslag doet. En als een bepaalde aanpak succesvol wordt, komen waarschijnlijk steeds meer eigenaren met precies dát type probleem naar die professional. Zo kan een methode jarenlang heel overtuigend bevestigd worden door de praktijk. Totdat er een paard voor je staat dat zich niet aan het model houdt.

Iedere methode zal uiteindelijk haar grenzen tegenkomen. De belangrijke vraag is niet óf dat gebeurt, maar of we die gevallen herkennen wanneer ze voor ons staan.

We zijn allemaal gevoelig voor bevestiging

Daar komt nog iets heel menselijks bij. Wanneer we eenmaal denken te begrijpen hoe iets werkt, hebben we de neiging informatie die daarbij past gemakkelijker op te merken, te onthouden en belangrijk te vinden. In de psychologie noemen we dat confirmation bias. Dat geldt niet alleen voor paardeneigenaren. Het geldt voor bekappers, hoefsmeden, dierenartsen en onderzoekers net zo goed. Tien paarden die volgens verwachting verbeteren, versterken ons vertrouwen in onze verklaring. Een paard dat niet verbetert is ongemakkelijker. Misschien lag het aan de voeding. De huisvesting. De eigenaar die het advies niet helemaal opvolgde. Een andere aandoening. En misschien is dat inderdaad zo. Maar het kan óók betekenen dat onze oorspronkelijke verklaring niet volledig was. Daarom vind ik het interessant om bij iedere theorie niet alleen naar de successen te kijken, maar juist ook naar de uitzonderingen.

Wat gebeurt er met de paarden die níét doen wat de methode voorspelt?

Sociale media maken het niet eenvoudiger

Online kunnen deze processen nog sterker worden. Mensen zoeken van nature anderen op met vergelijkbare interesses en ideeën. Sociale media maken dat bijzonder gemakkelijk. We volgen professionals wier uitleg ons aanspreekt, sluiten ons aan bij groepen waarin bepaalde ideeën worden gedeeld en krijgen vervolgens steeds meer vergelijkbare voorbeelden te zien. Binnen zo'n groep kan iets daardoor steeds vanzelfsprekender gaan klinken.

"Wij zien dit iedere dag."

"Sinds we het zo doen, knappen deze paarden op."

"De traditionele visie heeft dit altijd verkeerd begrepen."

Dat kan een kern van waarheid bevatten. Een nieuwe stroming kan iets belangrijks hebben gezien wat eerder onvoldoende aandacht kreeg. Maar veel overtuigende voorbeelden bewijzen nog niet automatisch de verklaring erachter. En andersom is "zo doen gediplomeerde professionals het al jaren" evenmin voldoende bewijs dat een bestaande aanpak voor ieder paard de beste is. Opleiding, certificering en aansluiting bij een beroepsvereniging zijn waardevolle aanwijzingen voor scholing, professionele standaarden en bijscholing. Maar geen enkele opleiding of methode maakt iemand immuun voor blinde vlekken.

En ondertussen moet jij als eigenaar kiezen

Dat is misschien wel het moeilijkste deel. Want dit is geen theoretische discussie voor jou. Er staat een paard naast je. En veel keuze is niet automatisch prettig. Als vijf professionals vijf verschillende oplossingen voorstellen en je zelf onvoldoende specialistische kennis hebt om hun onderliggende argumenten volledig te beoordelen, levert keuzevrijheid vooral onzekerheid op. Je laat bovendien meestal niet eerst drie hoefprofessionals op sollicitatiegesprek komen.

In de praktijk gaat het anders. Je kiest iemand via je stal, dierenarts, een kennis of sociale media. Je probeert een aanpak. Het gaat een tijd goed of juist niet. Iemand anders kijkt mee en ziet iets anders. Je begint te twijfelen. Je wisselt. Dat is heel begrijpelijk.

Ik zie eigenaren soms achtereenvolgens verschillende hoefprofessionals, dierenartsen of andere behandelaars proberen. Niet omdat ze wispelturig zijn, maar juist omdat ze heel graag het goede willen doen voor hun paard. Alleen heeft dat wisselen ook een nadeel.

Een hoef heeft een geschiedenis

Een hoef is geen foto. Het is een proces.

Wat je vandaag ziet, is mede het resultaat van wat weken en maanden geleden gebeurde. Hoorn groeit langzaam. Belasting verandert structuren over tijd. Een beschadiging kan pas later zichtbaar worden. En een verbetering die vandaag zichtbaar wordt, kan het gevolg zijn van veranderingen die meerdere bekapcycli geleden zijn ingezet.

Een nieuwe professional ziet bij de eerste afspraak alleen het punt waarop dat proces op dat moment is aangekomen. Dat maakt achteraf verklaren verleidelijk. "Kijk, dáár ging het fout." Misschien klopt dat. Maar degene die later in het proces instapt heeft ook een informatievoordeel: die kent de uitkomst.

Veel interessanter vind ik daarom wat iemand vooruit kan uitleggen:

Dit is wat ik zie.
Dit denk ik dat er gebeurt.
Daarom wil ik dit veranderen.
Dit verwacht ik vervolgens te zien.
En als dat niet gebeurt, moeten we opnieuw nadenken.

Dan wordt een visie toetsbaar.

Geef een aanpak tijd, maar niet blind

Betekent dit dat je vooral nooit van professional moet wisselen? Absoluut niet. Als je paard structureel achteruitgaat, je zorgen niet serieus worden genomen, er zonder duidelijke reden steeds hetzelfde wordt gedaan of iemand niet bereid is zijn aanpak opnieuw te bekijken, kan wisselen heel verstandig zijn. Maar iedere paar maanden een nieuwe visie uitproberen maakt het ook steeds moeilijker om te weten waarop je paard eigenlijk reageert. Daarom helpt het om samen een uitgangspunt vast te leggen.

Hoe loopt je paard nu? Op welke ondergrond is hij comfortabel? Hoe zien de hoeven eruit? Waar zitten de belangrijkste aandachtspunten? Wat willen we de komende maanden zien veranderen?

Foto's en video's kunnen daarbij ontzettend waardevol zijn. Dan hoef je na drie maanden niet alleen af te gaan op het gevoel "volgens mij ging het toen beter". Je kunt terugkijken.

Je hoeft niet te bepalen wie de beste theorie heeft

Dit vind ik misschien het belangrijkste. Als eigenaar hoef je niet te kunnen bepalen welke theorie over hoefmechanica uiteindelijk de juiste is. Je kunt wel leren kijken naar hoe een professional met kennis en onzekerheid omgaat. Kan iemand laten zien wat hij ziet? Kan iemand onderscheid maken tussen een observatie en een verklaring?

"De witte lijn is hier verbreed" is een observatie.

"De witte lijn is verbreed omdat de vorige bekapper dit verkeerd heeft gedaan" is een verklaring waarvoor veel meer informatie nodig is.

Kan iemand uitleggen waarom hij iets wil veranderen en wat hij daarvan verwacht?

Wordt de ontwikkeling gevolgd?

Kan de aanpak worden aangepast als het paard anders reageert dan verwacht?

Kan iemand zeggen: "Dat weet ik niet"?

En misschien nog belangrijker: kan iemand serieus omgaan met informatie die niet binnen zijn eigen overtuiging past?

Let ook op hoe professionals over elkaar praten

Hoefprofessionals hoeven het niet met elkaar eens te zijn. Ik zie ook regelmatig hoeven waarbij ik oprecht denk: ik zou dit anders aanpakken. Daar mag je duidelijk over zijn. Maar er zit verschil tussen: "Ik zou hier een andere keuze maken, omdat..." en: "Dit krijg je als je je paard door zo iemand laat bekappen."

Een professional hoeft een ander niet kleiner te maken om zijn eigen keuzes te kunnen uitleggen. Dat geldt ook wanneer verschillende disciplines betrokken zijn. Een hoefprofessional kijkt vanuit een ander vakgebied dan een dierenarts, fysiotherapeut of andere behandelaar. Juist bij complexere problemen kan die combinatie waardevol zijn. En een goede professional weet ook waar zijn eigen vakgebied ophoudt. Als hoefprofessional kan ik afwijkingen signaleren en aangeven wat ik aan de hoef zie. Het stellen van een medische diagnose is aan de dierenarts. Samenwerking betekent niet dat iedereen hetzelfde moet denken. Wel dat verschillende inzichten naast elkaar onderzocht mogen worden.

Misschien is vertrouwen uiteindelijk belangrijker dan zekerheid

Natuurlijk mag je vragen naar opleiding, ervaring, certificering en bijscholing. Bekijk resultaten. Stel vragen. Lees mee. Maar zoek niet noodzakelijk degene die het meest overtuigend vertelt dat hij of zij de waarheid heeft gevonden.

  • Zoek iemand bij wie je vertrouwen hebt in het proces. Iemand die zorgvuldig kijkt voordat er wordt gehandeld.

  • Die kan uitleggen waarom een keuze wordt gemaakt.

  • Die ervaring gebruikt zonder ieder paard in hetzelfde model te duwen.

  • Die nieuwe kennis serieus neemt zonder iedere nieuwe theorie onmiddellijk tot waarheid te verheffen.

  • Die bereid is terug te kijken op het eigen werk.

  • Die kan samenwerken.

  • En die van gedachten kan veranderen als nieuwe informatie daar aanleiding toe geeft.

Ik heb zelf een wetenschappelijke achtergrond en misschien maakt mij dat extra gevoelig voor dit onderwerp. Wetenschap betekent voor mij niet dat je overal een definitief antwoord op hebt. Integendeel. Een goede verklaring moet ook bestand zijn tegen informatie die haar tegenspreekt. En soms blijkt een verklaring die gisteren heel aannemelijk was vandaag niet het hele verhaal te vertellen.

Dat geldt ook voor hoefzorg. Ik weet nu veel meer over hoeven dan toen ik begon. En ik verwacht over tien jaar opnieuw dingen anders te zien dan vandaag. Dat vind ik geen ongemakkelijke gedachte. Ik zou het veel ongemakkelijker vinden als dat níét zo was.

Uiteindelijk staat er geen methode voor je

Er staat een paard. Geen 'barefoot-hoef'. Geen 'traditionele hoef'. Geen methode of stroming. Een individueel paard, met zijn eigen anatomie, geschiedenis, gezondheid, belasting, huisvesting en ondergrond. Informeer jezelf dus vooral. Kennis helpt je om betere vragen te stellen en betere keuzes te maken. Maar leg jezelf niet de onmogelijke taak op om eerst zelf deskundiger te worden dan alle deskundigen die elkaar tegenspreken.

Je hoeft niet degene te vinden die altijd gelijk heeft.

Zoek mensen die goed kijken, hun keuzes kunnen uitleggen, hun grenzen kennen, ontwikkeling willen volgen en bereid zijn opnieuw na te denken wanneer jouw paard iets anders laat zien dan verwacht. Want misschien is dat uiteindelijk de beste manier om je weg te vinden in het oerwoud van verschillende waarheden:

niet zoeken naar degene met het hardste gelijk, maar naar professionals bij wie er ruimte blijft om te kijken, te leren en bij te sturen.

Volgende
Volgende

Tussen ideaal & haalbaar: de leefomgeving van je paard